Gedachteniskapel van de mijnwerkers

Het is 2012, 38 jaar nadat de laatste van de twaalf Limburgse mijnen de steenkoolproductie beëindigde.

Na de sluiting van de mijnen werd begonnen met de sloop van bijna alles wat aan de mijnbouw kon herinneren. Op het terrein van de voormalige staatsmijn Wilhelmina stond echter nog het lijkenhuisje waarin tijdens de steenkoolwinning de in deze mijn dodelijk verongelukte mijnwerkers tijdelijk werden opgebaard.

Dit huisje werd na de sluiting van de staatsmijn Wilhelmina in gebruik genomen door de Provinciale Limburgse Elektriciteit Maatschappij (ESSENT) en is onvoorzien behouden gebleven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op dinsdag 4 december 2001, Barbaradag, werd door burgemeester L.H.F.M.  Janssen van de gemeente Landgraaf, tevens lid van de commissie van aanbeveling, het officiële startsein gegeven voor de renovatie van het lijkenhuisje.

Dik twee jaar na het eerste overleg, een dertigtal vergaderingen verder en na heel veel werk te hebben verzet, realiseerde het bestuur, de Gedachteniskapel met de in de nabijheid gelegen gedenkmuren.

De leden van het stichtingsbestuur weten nu dat zij erin geslaagd zijn op deze wijze een eerbetoon aan alle bij de Nederlandse steenkoolwinning dodelijk verongelukte mijnwerkers te hebben gebracht en dat de Gedachteniskapel met gedenkmuren als nationaal monument door hun nabestaanden, vrienden, kennissen, oud kompels en vele anderen vaak bezocht wordt.  

Echter zonder de financiële ondersteuning van diverse instanties, bedrijven en particulieren, de sympathie voor het project, de morele steun of anderszins gegeven door velen, was het stichtingsbestuur er niet in geslaagd om dit alles te realiseren.

Financiële steun werd onder andere verkregen van de voormalige mijnbedrijven DSM/FSI (Staatsmijnen), Oranje Nassau Groep B.V. (Oranje Nassau Mijnen) en Laura Fonds (Laura & Vereeniging). Verder werden financiële middelen ontvangen van de provincie Limburg, het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg, gemeente Landgraaf en vele anderen. Ook dienden zich spontaan bedrijven aan voor het leveren van materialen en of het uitvoeren van werkzaamheden te veel om op te noemen.   

In de kapel bevindt zich een beeld van de Heilige Barbara, de beschermheilige van onder andere de mijnwerkers. Dit beeld werd ter beschikking gesteld door de familie Senden uit Kerkrade. Het beeld werd vervaardigd door de Limburgse kunstenaar en oud mijnwerker Sjef Drummen (1922-1996). Sjef die uit oogpunt van zijn kostwinnerschap de mijn in ging maar liever bezig was met het maken van kunst, een activiteit waar hij en zijn gezin toen niet van kon leven. Het beeld werd ‘gerestaureerd’ door Yvonne Drummen, een van zijn dochters, uit Heerlen. Zij vond het een bijzondere eer om het beeld te mogen ‘restaureren’ en was geëmotioneerd bij het zien van het beeld. Het beeld een erfenis van pater Jos Senden die op 27 juli 1958 priester werd gewijd en op 24 augustus zijn eerste H. Mis opdroeg. De ongewone lange tussentijd vond zijn oorzaak dat vanwege het wereldmuziekconcours geen muziekgezelschap te krijgen was en zonder muziek geen neomist ingehaald kon worden.

Eerst was hij kapelaan in Kaalheide. Na een paar jaar werd hij aangesteld als bedrijfsaalmoezenier van de staatsmijn Emma waar zijn werkterrein de begeleiding van jeugdige werknemers was, die een opleiding volgden aan de O.V.S. de Ondergrondse Vakschool. In het gebouw van de O.V.S. had hij het beeld van de H. Barbara laten aanbrengen, dat na de sluiting van de mijnen weer in zijn privé bezit kwam. Na vele ambten waaronder pastoor van Mariarade-Hoensbroek overlijd hij en liet onder andere dit prachtige beeld na, waarvan zijn erfgenamen spontaan afstand deden om in de Gedachteniskapel weer een waardige plaats te geven.

In de kapel bevinden zich vier gebrandschilderde glas en lood ramen die door oud mijnwerker Ger Bäumler (1930-2003) uit Landgraaf zijn vervaardigd.

Een ander voorbeeld van een spontane reactie op ons initiatief was het terugontvangen van het originele smeedijzeren kruis dat voorheen op het lijkenhuisje had gestaan. Dit kruis bevond zich lange tijd in de kleine St. Jan te Hoensbroek en het was bij de kerkmeester bekend dat dit het kruis van eerdergenoemd lijkenhuisje was. Hij had dit van een bekende gekregen die het tijdens de sloop van de gebouwen van de staatsmijn Wilhelmina verwijderd had. Mgr. Wiertz heeft het kruis als toenmalig pastoor deken van Hoensbroek dus onder zijn hoede gehad. Na overleg met het Kerkbestuur en hun goedkeuring kwam het weer op de originele plek terug. Ook werd onder andere financiële steun gezocht bij de Limburgse gemeenten. Het afwijzen tot het verstrekken van subsidie door een gemeente leidde tot een protestvers in een plaatselijk blad en verdere actie door twee inwoners wat uiteindelijk resulteerde in een mooie financiële bijdrage door betreffende gemeente.

 

Op zondag 8 september 2002, 10 jaar geleden was de inzegeningplechtigheid en openstelling van de Gedachteniskapel van de mijnwerkers. Monseigneur Wiertz, bisschop van Roermond, ging voor in genoemde inzegeningplechtigheid. Ook werden de gedenkmuren onthuld door nabestaanden van verongelukte mijnwerkers samen met bestuursleden van de stichting. Op de gedenkmuren zijn roestvrijstalen platen aangebracht waarop de namen staan van de kompels die in de ondergrondse werken van alle Limburgse mijnbedrijven dodelijk zijn verongelukt. De secretaris Wiel Miseré heeft hiervoor diverse archieven door gestruind om hun namen te achterhalen. De namen van de 1169 mijnwerkers en het jaar waarin zij dodelijk verongelukt zijn, staan onder het betreffende mijnbedrijf. Voor de vier staatsmijnen; Wilhelmina (104), Emma (172), Hendrik (153) en Maurits (130). Voor de acht particuliere mijnen; Oranje Nassau I (73), II (51), III (104) en IV (27); de Laura (99), Julia (44), de Willem Sophia (74) en de Domaniale Mijn (138 vanaf 1852).

De 286 bovengronds verongelukte mijnwerkers staan in de kapel vermeld.

De Gedachteniskapel met gedenkmuren is gelegen aan de Casinolaan 15, 6372 XG, te Landgraaf en is bereikbaar via de Tunnelweg (volg borden ‘Relim voorheen der Sjtiel’).

 

 

Mijnwerkerskapel.nl